door Nelliëtte van Wijck
In een mooie Gooise tuin, waar de winterzon voorzichtig door de conifeertakken piept en restjes ochtendmist nog tussen het groen hangen, zit een bosuil roerloos te genieten. Zijn veren iets opgezet tegen de kou, zijn ogen halfgesloten in het zachte licht. Alsof hij elk straaltje meepakt dat deze korte dag te bieden heeft.

De wereld om hem heen is weer stil. Het grote lawaai is voorbij. Oud en Nieuw heeft de nacht gevuld met knallen, lichtflitsen en opgewonden stemmen, maar nu is daarvan alleen nog een vage herinnering in de lucht. De tuin ademt opnieuw rust.

Heerlijk chillen
Half verscholen tussen het groen zit hij heerlijk te chillen, na een onrustige nacht waarin de stilte telkens werd doorbroken. Misschien heeft hij geen muis gezien, misschien nauwelijks geslapen. En juist daarom lijkt hij nu extra te genieten van dit moment. Even niets hoeven. Even gewoon zijn.

Niets dat hoeft
De natuur staat op pauze, de winter in ruststand. Geen haast, geen jacht, geen gedruis – alleen het trage ritme van kou, licht en adem. De zon op zijn veren, de kou in de lucht, en verder niets dat hoeft.

Na de storm. Maar voor nu is het vooral lieflijk, stil en heerlijk kneuterig: een uil die oplaadt in een mooie Gooise tuin.