Column Anneke Martens-van der Vlugt
Het is niet bepaald mijn favoriete bezigheid, maar het moet nu eenmaal gebeuren. Voorheen deed manlief regelmatig de boodschappen bij bakker, slager, groenteman en visboer en ook het zwaardere werk nam hij voor zijn rekening. Ik hoefde mij slechts te beperken tot het eenmaal per week halen van de basisboodschappen bij onze Appie en dan kwam hij mij nog vaak op de fiets tegemoet om de toch overvol geraakte boodschappentas over te nemen.
Omdat ik principieel geen autorijd binnen het dorp, ging ik altijd, ook al regende het, vanaf het Fransepad te voet naar de winkel, een nogal drukke route. Overigens liep ik mij dan, nog geen drie stappen buiten de deur, vaak te ergeren aan zwerfafval en hondenpoep en vooral aan het hinderlijke parkeer- en verkeersgedrag met name in de Dorpsstraat. Nu woon ik wat verder van de dorpskern en moet alle boodschappen zelf doen, maar nog steeds zoveel mogelijk lopend. Hoe fijn is het om vanaf het zandweggetje door de mooie, rustige lanen en een ‘geitenpaadje’ naar de winkels te wandelen, zonder enige irritatie onderweg. Kopen bij de plaatselijke middenstand en zorgen dat de tas niet al te zwaar wordt.
Tot mijn schaamte moet ik bekennen inmiddels af en toe de auto te pakken naar onze dorpskruidenier, niet zozeer uit gemakzucht maar omdat ik meer nodig heb dan ik dragen kan. Wel altijd in de avond, zeker in de wintertijd wanneer het donker is, er weinig klanten zijn en meer dan voldoende parkeerruimte. Hopelijk zij me dat vergeven.