Door Egon Koopmans en Gerda Jellema
Dankzij de sociale media houdt Egon Koopmans, fotograaf, die inmiddels bijna 60 jaar uit Nederland weg is, contact met zijn geboorteland. Via Instagram vroeg hei & wei aan Egon of het misschien een idee zou zijn om zijn verhaal over Blaricum en waarom hij vertrok, met ons te delen. Egon Koopmans begon te schrijven.

‘In 1937 werd ik, Egon, geboren in een gezin met drie kinderen, Ilya (1934) en Loretta (1940). Mijn moeder wilde ons niet de namen geven zoals, Jan, Piet, of Marie, etc., ze noemde ons naar beroemde of bekende figuren van dat moment: mijn oudste broer Ilya, naar Ilya Ehrenburg, Russisch schrijver. Ik, Egon, naar de bekende Duitse schlager: “Ach Egon Egon Egon”, en mijn jongere zuster Loretta naar de bekende Hollywood filmster: Loretta Young.

Wij woonden op de Torenlaan nummer 6, waar mijn vader Max Koopmans zijn drogisterij was begonnen. In het begin was er veel verf te verkopen die zijn vader, Marcus Koopmans erin had gebracht. Marcus Koopmans had veel schilderbedrijven die hij meebracht uit Drenthe waar hij vandaan kwam. Zijn vrouw, onze oma, moeder dus van Max, was drogist met de naam van Catherina Jongman, ik begrijp dus nu waarom mijn vader drogist was! Mijn opa ingeburgerd in Blaricum bouwde op Naarderweg nummer 2 een soort van stolpstijl boerderij volgens West-Friesland stijl (zie voor afbeelding hei & wei nummer 178 web.pdf). Mijn opa was huis- en decoratieschilder, later nam hij kunstschilderlessen van de beroemde schilder Heybroek. Mijn vader Max studeerde in Arnhem om drogist te kunnen worden. ‘s Avonds en in de weekenden ging Max met z’n vrienden de grens over om Duitse meisjes te ontmoeten, daar waren veel feesten, schijnbaar een gezellige tijd. Omstreeks 1924 trouwde Max, zijn vrouw, mijn moeder: Anna Wilhelmine Kuhr, Haar ouders waren Lituanen en hadden graan landen. Door de Russen verjaagd, kwamen deze mensen in Essen Duitsland terecht.

In de oorlogsjaren verhuisden wij naar de Bierweg nummer 4. Ondanks de oorlog hadden we als kinderen een fijne tijd. Op een dag besloten wij, alle jongens uit onze buurt, de Bierweg af te sluiten voor de soldaten. In 1944 was er veel sneeuw en wij maakten er een mooie dijk van die we later met water besprenkelden, die werd dus kei- en keihard. Die dijk begon voor ons hek en ging naar de overkant, de achteringang van tandarts Sterk. Ja hoor, daar kwamen ze met een grote houten wagen getrokken door twee paarden en een volgeladen wagen met ‘gestolen’ huisraad (zeker gevorderd), we verscholen ons allemaal achter het grote tuinhek van ons huis. Die Duitsers begonnen te schelden en te vloeken in het Duits en wij jongens konden ons lachen bijna niet inhouden! Als je jong bent zie je geen gevaar. Het duurde zeker een uur voordat ze een opening konden hakken.

Tijdens de hongerwinter in 1944 ging mijn moeder op de fiets! naar het noorden om sigaren en sigaretten te ruilen voor voedsel! Geldzaken was een tere zaak er was altijd strijd om geld voor en door de hele familie Koopmans! In de oorlog was ik een mager jongetje en mijn moeder gaf mij een melkbus: “Ga maar wat melk halen je weet waar!” Dat was op het Achterom, vlakbij huis! Ik kon dus makkelijk onder het prikkeldraad door met melkbusje en al. Toen er geen direct gevaar was in Blaricum stuurde mijn moeder me naar Piet Kooij van de melk, kaas en boter zaak: de Hoop, die mijnheer Piet vond ik een enorm fijne man altijd erg hartelijk en bij elk be-zoek wat ik deed: kreeg ik een plakje kaas!

Mijn vader nam grote risico’s. Op de zolder van de drogisterij had hij voorraad toiletpapier en Nefa verband, hij maakte er een soort iglo’s van waar Joodse mensen (altijd twee) zich verscholen. Er was een vluchtroute die langs het korenveld op de hoogte van Bierweg nummers 6-8 naar het noorden liep. Op de toonbank van de drogisterij had mijn vader twee of drie Duitse folders neergelegd, dat deed hij expres. Als er dan Duitse controle was, altijd twee Duitse soldaten, hele jonge ventjes van 17 of 18 jaar, en wanneer zij de folders zagen zeiden ze: “Ach mensch Heinrich hier sind keine Juden! Rausch, rausch weiter gehen!” In de drogisterij werkte een Joods meisje als verkoopster: juffrouw Simmons, met gitzwart haar en werd door mijn moeder totaal veranderd van identiteit: wenkbrauwen en haar blond en kort geknipt, sporty! Met de bevrijding van Blaricum kwam een Canadese Luitenant met naam van Floyd Patterson die werd verliefd op haar en trouwde met Simmons in Blaricum!

In de laatste jaren van de oorlog werden de Duitse soldaten steeds jonger 16, 17jaar! Op een zekere dag en nacht kregen we thuis twee van die broekies te gast die waren doodsbang en huilden om hun moeder. Natuurlijk kon mijn moeder niet veel doen, maar sprak hun moed in…eindelijk vielen ze rustig in slaap. Jaren later in de zomer stonden er twee goed geklede heren in de drogisterij, zij kwamen mijn moeder een bezoek brengen en hun dank betuigen. Deze twee heren waren nu twee top ingenieurs van de Bayer Pharmacies in Duitsland.

In de laatste weken van de oorlog kwamen de winkeliers van Blaricum overeen om een dag in de week hun winkels te sluiten om het de Duitsers moeilijk te maken te pesten of te frustreren. Mijn vader deed niet mee, het geld voor hem was belangrijk en een drogisterij moet openblijven, voor verkoop van medicijnen of geval van eerste hulp.

Toen ik 8 jaar werd op 7 mei 1945 gooiden enorme grote vliegtuigen voedsel uit bij de Tafelberg, iets om nooit te vergeten. Iedereen rende achter de vallende parachutes aan! Eén gekkentoestand waar de kruidenier Overstegen een einde aan maakte! “Eerst alles bij elkaar brengen en dan pas een juiste verdeling!” Helaas precies op dezelfde 7 mei 1945 kwamen een paar mannen in het zwart gekleed, mijn ouders meenemen die in de tuin lagen te zonnebaden. Het ging zo verrassend snel, iedereen stond paf. Het was Willy Corsari die bij ons thuis was, en de zorg overnam voor ons kinderen. Willy was een vriendin van moeder. Ze was schrijfster, actrice en componist, geboren in België. Het boek van Corsari “Die van ons” (1945) schreef zij toen ze bij ons thuis woonde gedurende de afwezigheid van onze ouders.
Nadat mijn ouders werden gevangengenomen werden zij overgebracht naar een concentratiekamp in Weesp. Mijn vader drogist zijnde hielp bij het verplegen van veel gewonden, hij werd assistent van de kamparts. Voor mijn moeder was het een traumatische tijd, wat veel invloed op haar leven heeft gehad. Thuis had mijn moeder last van deze en jeugdtrauma’s en postnatale depressie, maar in de winkel transformeerde ze, zij leefde voor de winkel.

Op jonge leeftijd begon ik zaterdags te werken in de drogisterij! Op een van die dagen zag ik een oude man uit een kamertje op zolder komen, het kamertje was oranjeachtig verlicht. Ik was nieuwsgierig en die oude heer zei: “Kom maar binnen, maar sluit de deur!” Met twee pincetten legde hij een papiertje in het “water”, op dat moment stond ik verbaasd, in het “water” zag je de afbeeldingen opkomen. Dat kamertje op de zolder van de drogisterij was de donkere kamer, dat “water” was ontwikkelaar. Alleen de drogisterijen hadden toestemming van de staat om chemi-sche producten te verkopen of te gebruiken!

Nadat ik de eerste klas doorlopen had, met juffrouw Claterbos (heel aardig mens), ging ik over naar de tweede klas met juffrouw Wagenvoort, onpopulair, ze sloeg altijd met de houten liniaal op je vingers! Met meester Ploeger in de 3de en 4de klas had ik een fijne tijd, maar ik werd verliefd op een van de meisjes: Marijke Van Rossum. Ik vroeg haar of ik haar een kusje mocht geven: “Geen sprake van!” Toen zei ik: “Ik geef je 25 cent en dan gaan we naar die brembosjes met zulke mooie gele bloemetjes, ze stemde in. Maar een paar dagen later moest ik bij Meester Kranen op zijn kantoor komen op de Openbare Lagere School! Het werd een kruisverhoor wat de hele middag duurde.

Even iets over pesten/bullying, dat is nog steeds nieuws! Maar pesten is er altijd geweest door de jaren heen. Ik kan me goed herinneren toen ik op de lagere school zat de jongens de gewoonte hadden om je lekker te sarren en lekker uit te schelden: “Hee, hee, opa Riblap, hee, opa Riblap!!” Ja, ik was magertjes. En wij, ik, mijn broer en zus, naast onze vreemde namen, moesten ook altijd piekfijn naar school, zo had ik een vlinderdasje (strikje), je kan je voorstellen wat dat opriep bij sommige jongens. Maar het kwam niet in mijn hoofd op om ook maar iedereen uit te schelden. Ook was jarenlang het dorp verdeeld tussen Rooms-Katholieken en Protestanten, dat kon ik goed merken in winkel.

De middelbare school en de Nederlandsche Fotovakschool bezocht ik in Den Haag, in die tijd de enige plaats waar je fotografie kon studeren. Dat was artistieke en commerciële lessen dus met 2 diploma’s. Ik leerde daar ook alles wat je nodig had om een zaak te runnen. De familie woonde in Den Haag, mijn vader bleef in de drogisterij, hij kwam vrijdags naar Den Haag en ging dinsdags weer naar Blaricum. Ook ik ging geregeld naar Blaricum om in de winkel te helpen. In Den Haag speelde ik voetbal bij de Haagse voetbalclub VUC en zomers cricket bij het Haagse HVV. Een prachtige tijd dus. Dit duurde ongeveer 5 jaar.

Ongeveer vanaf mijn 14de jaar brachten mijn ouders me naar Menaldum (Friesland) om de zomervakanties door te brengen. De familie heette: Stapensea, zij hadden een grote boerderij met zo’n 40 melkkoeien die twee keer per dag gemolken moesten worden Zij hadden een lange melkwagen 20 koeien aan één kant en 20 koeien aan de andere kant. Belangrijk hier was het uitmelken wanneer de koe werd afgesloten van het automatische gedeelte, je had sterke handen en vingers nodig om dat goed te doen! Het hooien vond ik prachtig iedereen deed mee en we bleven soms de hele dag op het land. De geur van dat gedoofde gras was heerlijk. We gingen ook met de hele familie Stapensea naar de veemarkt in Leeuwarden. Ik vond Friesland fantastisch en soms vroeg ik mij af waarom zover, we hadden in Blaricum op de Meent ook mooie boerderijen met fijne mensen en zeker zoveel melkkoeien!

In Blaricum werd ik lid van de AMVJ-Blaricum (Algemene Maatschappij Voor Jongeren), daar waar we van alles deden zoals zingen, cabaret, tekenen en schilderlessen. Van de bekende Blari-cumse Cineast Frans DuPont kregen we filmlessen waar ik veel profijt van heb gehad. We gingen een soort van documentaire maken, zo leerde ik de Bolex H16mm. handteren. Hier leerde ik Joost en Benny de Beer, Wijck Gerson Lohman, Maarten Van Rossem kennen. O.a. in de Gooi & Eemlander en De Bel stond aangekondigd dat Joost de Beer en Egon Koopmans een jazz lezing met muziek zouden geven in AMVJ-Blaricum op die en die datum. Joost en ik hadden veel heel goede jazz platen zoals Miles Davis, John Coltrane, Oscar Peterson etc. Luisteren naar goede jazzmuziek is een van mijn hobby’s. Dat vond ik prachtig en ik ben er ook mee doorgegaan. Ik kocht mij eerste drumstel, nog een beetje orthodox, maar met de jaren werd het beter. Mijn held was de drummer Gene Krupa!

Rond mijn 18de jaar kreeg ik van het Ministerie van Defensie een formulier wat je moest invullen, voor die en die datum met de vraag: Waar wilt u dienen? 1. Landmacht, 2. Zeemacht, 3. Luchtmacht? Ik zond het formulier als volgt terug: 1. luchtmacht, 2. luchtmacht, 3. luchtmacht. Twee maanden later, ik kon het niet geloven: Luchtmacht! Precies op mijn 18de op naar Nijmegen om de eerste trainingen te ondergaan. Verrassing: na drie maanden werd ik uitgezonden met tien andere soldaten naar vliegbasis Gilzen Rijen! Dat was de basis waar jonge piloten werden opgeleid tot superpiloten! De instructeur zei: “Hé, Koopmans. Je studeerde op de Nederlandsche Fotovakschool, je kan ons zeker van diens zijn, je bent mijn assistent!” Ons werk was de genomen luchtfoto’s (door de Amerikanen in die tijd) samen te stellen als een hele grote legpuzzel(s). Daarnaast maakte ik veel foto’s van jonge piloten die graag foto’s wilden hebben voor hun verloofden. Die waren trots als een pauw! Ik vloog daar in een Harvard (Noorduyn). Ik kreeg een diploma als Hulpfotograaf. Na die fantastische tijd van drie maanden stuurden ze mij met een andere jongen helemaal naar het noordoosten van de provincie Groningen. Ik zag alleen maar weilanden en koeien, heel erg saai dus! Mijn vader liet me weten dat de drogisterij nu was gemoderniseerd met mijn fotozaak en vroeg: “Wanneer kom je terug?!”

In 1957 werd Koopmans-Blaricum heropend met een nieuwe inrichting, meer een department store, met een afdeling rookwaar zoals Cuba sigaren, Willem II sigaren, Panther sigaren. H.Upman sigaren. En van het merk Dunhill alles op rookgebied en van die keramieken pijpen uit Gouda. Mijn moeder deed vooral de parfumerie afdeling, zij had oog voor wat klanten fijn vonden. Zij hield van kwaliteit en had de meest luxueuze merken zoals Elisabeth Arden, Lan-come, Dior, Orlane, Chanel en Gucci in de winkel. Ook was er een schoonheidsspecialiste, Freddy de Groot. En er was de fotowinkel met donkere kamer en een studio op de eerste verdieping waar ik kwam te wonen. De fotowinkel had zijn eigen ingang tussen de bloemenzaak van de vader van Harm Kremer en de drogisterij. Mijn vader had alles geregeld, op zekere dag stond Lida Calis in de fotowinkel, ze kwam ook uit Blaricum en was nog maar net 17 jaar! Deze knappe Lida was een goede verkoopster en secretaresse, kon goed namen herinneren. We konden goed met elkaar omgaan. Ze hield ook van fotograferen. Mijn ouders verhuisden naar Bussum, en ik ging boven in mijn studio wonen, met het doel ook op te passen. Al spoedig kreeg ik opdrachten buiten de studio en in de studio. In het begin veel sociale fotografie, families, babyfoto’s, portretten en bruiloften. Wat later foto’s voor artiesten/kunstenaars uit Blaricum en omgeving zoals, Han Hulsbergen, Jan Engelchor, Bob Anink de zilversmid die maakte prachtige dingen, veelal religieuze objecten. Veel van zijn werken fotografeerde ik met de Cambo SC4X5, een Nederlandse camera gemaakt in Kampen!

Op zekere dag ging ik naar het Singer museum in Laren en vroeg naar de directeur Pieter Leffelaar, we spraken wat en ik vertelde hem wat ik had gedaan in de fotografie. “Kom maar vol-gende week, ik moet zo’n 15 schilderijen fotograferen/reproduceren met foto’s van 18×24 cm. Kunt U dat doen?” Ik was zo blij! Zeker 8 jaren heb ik daar gewerkt en een enorme ervaring opgedaan! In die tijd werkte ik nog met kunstlicht, maar met daglicht temperatuur. Dat was niet makkelijk want vele schilderijen hadden reflecties, speciaal de oudere generatie.

Zoals ik al zei is een van mijn hobby’s het luisteren naar goede jazzmuziek, en op een zekere dag las ik in de krant dat een belangrijk groep van Amerikaanse Jazz muzikanten naar het Am-sterdamse Concertgebouw kwamen. Die concerten begonnen altijd precies om 12 uur s’nachts, dus ik had genoeg tijd om er op tijd te komen vanuit Blaricum. De Jazz At The Philharmonic concerten werden georganiseerd door Norman Granz en voor Nederland gepresenteerd door Lou Van Rees. Ik kan mij niet herinneren hoe ik binnenkwam, maar daar zat ik op de eerste rij met Rolleiflex Tessar 2.8 wat onhandig om mij heen te kijken. Een fotograaf kwam langs en vroeg wat voor rol ik in de camera had: een Tri X-400 asa! Hij zei me: “Vanavond is er slecht licht, zet je camera op 1/30sec en diafragma op F 8 en later thuis ontwikkel je foto’s in het dubbele van de tijd!” Hij stelde zich voor: “Ik ben Ed van der Elsken!” Wat een verassing, een van de beste fotografen van Nederland met een record aan gepubliceerde boeken, o.a. My Amster-dam, Love on the West Bank, Hong Kong. Tijdens de pauze nodigde v. d. Elsken mij uit hem te vergezellen naar de artiestenfoyer. “Je bent mijn assistent, OK?” “Ja mijnheer Ed.” En op 20 november 1961: John Coltrane, saxofonist ontvangt de Dutch Grammy, the Edison. (Philips Records-Nederland). John Coltrane kwam terug van de Concertzaal met zijn Edison Award naar de foyer en dat was mijn kans om een paar goede foto’s van hem te maken.

Peter Kooij de vader van Caroline van de IJssalon De Hoop had in die tijd een Volkswagen busje en hij nodigde een paar vrienden uit om met hem mee te rijden naar Amsterdam en dat deed hij verschillende malen. Zo kreeg ik een fijne collectie van jazz legendes zoals; Roy Eldridge, Stan Getz, Gerry Mulligan, Zoot Zims, Art Blakey, Lee Morgan, Rita Reys, Dave Bru-beck, Dizzy Gillespie (trompettist-componist). In een van die Jazz At The Philharmonic concer-ten zag ik in de foyer de overbekende Hollandse schilder Karel Appel die een conversatie had met Dizzy Gillespie en dit leidde en 1961 tot de film, “The reality of Karel Appel”. Dat was een leuke tijd en ik deed dit tot 1967.

In januari 1960 kreeg ik als voluntair kans voor tien maanden in Düsseldorf bij Fotohaus Leistenschneider praktijkervaring op te doen! Het was een van de grootste fotozaken van Duits-land met acht verdiepingen, alles op film en foto gebied was te vinden in deze zaak! In Duits-land waren ze erg streng, maar ik mocht alle film en fotocamera’s uit de vitrine halen en probe-ren, maar ik mocht niet stof afnemen of iets schoonmaken, daar hadden ze een jongen voor. Herr Junemann mijn manager; “Du solst mal lernen und nicht sauber machen”
Precies om 18.00 uur sloot de zaak en wij allen van de fotoafdeling gingen een biertje (Düsselalt) drinken. Hier kwamen de verhalen los. Herr Junemann, ex oberbahnfurer vertelde ons waarom hij deels zijn onderarm had verloren in de Slag om Stalingrad. Nog nooit zo’n terror verhaal gehoord van iemand die daar werkelijk was geweest. Ik maakte snel vriendschap en leerde een Duits meisje kennen, die zich Penny noemde, ze had haar schoenen gedecoreerd met ‘pfennigen’.

We gingen meestal in groepsverband uit en ik maakte veel foto’s om camera’s uit te proberen en speciaal met de Novoflex telelens. Herr Junemann stelde me voor filmreportages te maken voor de bekende “Schutzenfesten in Düsseldorf. Het waren wedstrijden tussen verschillende groe-pen uit verschillende steden uit de buurten van Düsseldorf: wie waren de beste schieters? Het waren altijd vriendschappelijke bijeenkomsten en soms met een biertje te veel! Door de week monteerde ik de film met geluid op de derde verdieping van Fotohaus Leistenschneider. Af en toe ging ik in de weekenden terug naar Blaricum. Ik vertelde mijn vader dat ik een Duits vriendinnetje had leren kennen, en of ik haar mocht uitnodigen. Hij werd enorm kwaad! “Je krijgt heel veel problemen, zoals ik met je moeder heb, met het gebruik van de twee verschillende talen, alles komt verkeerd over of wordt niet begrepen! Het was over!

In juli 1963 werd ik uitgenodigd met 7 Nederlandse studenten door de organisatie: “The Expe-riment of International Living” om voor twee maanden naar de States te gaan. De organisatoren waren van Moorestown- New Jersey. Met de heenreis gingen wij met een oude troepen-transport boot, de Waterman, uit de tweede wereldoorlog naar New York. Van NYC reden we met de Greyhound naar Moorestown en leerden wij onze gastheren en -dames kennen. Eenie-der van ons kreeg een Amerikaanse familie toegewezen. De bedoeling van dit programma was het Amerikaanse familieleven te leren kennen en het uitwisselen van gewoontes en onszelf beter te leren kennen. Wij kregen een uitnodiging om 14 dagen te verblijven op de University of Potsdam. Dat was heel interessant! We maakten een tour naar the 1000 Islands en van daaruit naar Canada, naar Ottawa en Montréal. Wat een tijd! Een dag verliet ik de groep, Kodak Nederland had een uitnodiging voor mij: Een eendaags bezoek bij Kodak-Eastman in Rockchester-NY. Het was een soort van beloning als beste verkoper regionaal (het Gooi). Voor mij was het iets bijzonders de vooruitgang te zien op gebied van mijn beroep als fotograaf!

We hadden allemaal een week vrij om zelf te reizen waar je heen wilde, Lizzy Klep en ik kozen voor New York. Ik maakte foto’s van de meest toeristische plaatsen. “Gone with the wind” was op Broadway met de bekende Vivian Leigh, daar ging ik naar toe met mijn Rolleiflex. Toen ik de enorme kleedkamers in ging, ja hoor daar komt Vivian aan, Vivian had haar haar vol met enorme krulspelden. “Als je geen perskaart hebt geef ik geen permissie om foto’s van mij te maken.” Dat was dus duidelijk ik ging snel weg. Naar de Village Vanguard en met geluk zag ik daar Sonny Rollins en Dizzy Gillespie! De volgende middag bezocht ik Birdland, er speelde niemand dus ik ging maar even aan de bar een biertje halen. Er kwam iemand naast me zitten, een donkere man met glimmend haar; zie ik het goed? Een verrassing het is Erroll Garner, deze speciale jazzpianist die zoveel successen in Nederland had geboekt! Hij was een echte persoonlijkheid. Ik vroeg hem zonder erbij na te denken: “Did you use Brylcream for your hair?!” Maar hij nam het sportief op en wij beiden moesten lachen! Ik nam afscheid van hem, “Good luck mister Garner, thank you!” Die middag had ik helaas de camera niet bij me.

In 1964 maakte ik kennis met de jonge Larense schilder Paul de Lussanet in weverij “De Knip-scheer” (Laren) met als eigenaar Wiek Claassen. “De Knipscheer” werd langzaam een cultureel centrum en in mijn begin jaren mocht ik mijn eerste foto expositie organiseren. Wiek Claassen kreeg het voor mekaar dat twee beroepsfotografen van de Agfa-Gevaert-België mij vergezelden. Ik had 30 foto’s in zwart en wit 20×24 cm. en de Belgen foto’s in kleur en waren zo groot als 50×60 cm. en een paar wat groter ongeveer 60×80 cm. Voor mij een interessante gebeurtenis! Bij “De Knipscheer” kwamen meer en meer bekende figuren uit de artistieke wereld, zo maakte ik kennis met de piepjonge couturier Frans Molenaar uit Amsterdam. In het centrum van Laren heb ik foto’s van hem genomen bij de vijver met op de achtergrond Ellen Dekker uit Blaricum, zij was mijn favoriete model. Corstiaan de Vries, vermaard als portrettekenaar kwam onder an-dere naar “De Knipscheer” om daar op de vleugel te spelen. Hij speelde enorm goed piano, hij maakte in die tijd tekeningen met Indische inkt en kroon pennen. Voor mij maakte hij een soort visitekaartje. Er kwam een tentoonstelling van zijn werk in Laren: “De Harlekijnen van Corstiaan”.

De AVRO zou op een middag een tv-programma hebben met Charles Aznavour en ik werd gevraagd om foto’s te maken. In die jaren sprak ik het Frans goed, zelfs beter als Duits of Engels. Ik maakte snel een paar foto’s type close-ups in zwart en wit, hij was een aardige man, merci beaucoup! In dezelfde maand: Caterina Valente, Italiaans-Frans zangeres, ik kwam te laat, maar zag haar in haar auto, ze deed het autoraam open en vroeg wat ik wilde, met een lach: “Maak maar een foto van mij hier in de auto!” Wel grappig hoor haar reactie! Een andere overbekende Duitse actrice kwam naar Nederland: Hildegard Kneff! Ik vond haar mysterieus en kan mijzelf niet herinneren waarvoor ik haar foto’s nam. Ik vermoed dat het ook voor de AVRO was.

In 1965 bezocht ik de studio van Paul de Lussanet in Rue de Bonaparte 7 in Parijs. Ik huurde een Volkswagen van de fotozaak en reed in zo’n acht uur naar Parijs! De snelweg was nog niet klaar! Ik had weinig tijd en had nog wel het een en ander te doen: het selecteren van de schilderijen hier die gefotografeerd moesten worden en de schilderijen die in Laren stonden. ‘s Avonds ging ik met hem naar het Quartier Latin gezamenlijk met een Blaricumse vriendin van mij, Elly Robijns van het Franse Pad, ze werkte als au pair bij een Franse familie met twee kleine jongens in Neuilly (Parijs). De volgende avond ging ik op eigen gelegenheid naar het theater Olympia de Paris waar ik een verlegen Julliet Greco aansprak, die er niets op tegen had dat ik een paar foto’s van haar maakte in haar kleedkamer. In het theater van Roland Petit trof ik de Franse revue balletster Zi Zi Jeanmaire met haar equipe van balletdansers, ze was bezig met een rehearsal van haar show. Misschien door mijn spreken liet ze me mijn gang gaan, zo maakte ik van verschillende fases van de show foto’s. Merci beaucoup madame Julliet et Zi Zi! Nu snel terug naar Blaricum, het voorbereiden van de catalogus voor Paul. Alles moest klaar zijn voor de 17 September 1965, dat was de datum van de opening van Paul in de Galerij de Krikhaar met de aanwezigheid van het Engelse Topmodel van dat moment: Jean Shrimpton!

Op 25 Juni 1965 reden Lida Calis, mijn assistente, en ik naar het Kasteel de Hooge Vuursche om een speciaal event te fotograferen: de Uitreiking van de Erasmus Prijs aan Sir Charlie Chaplin met zijn vrouw Geraldine. (Deze prijs was in het leven geroepen door Prins Bernhard. Aanwezig waren koningin Juliana, Prinses Beatrix en Prins Bernhard. Eén persoonlijke vriend van the Chaplins was ook present: Peter Ustinov (Nero in Quo Vadis). Ik moest snel terug naar mijn donkere kamer en ontwikkelen van de foto’s in zwart en wit, dat was de afspraak. Ik liet Lida achter en ze maakte nog wat foto’s. Uiteindelijk ben ik erachter gekomen wie ons die opdracht gaf: De Telegraaf, die hadden een volle pagina Showbusiness!

Inmiddels was ik al een paar maanden verloofd met een Nederlands meisje, Angelique, uit Amsterdam. Ze kwam geregeld naar mijn studio in Blaricum. Haar vader was de eigenaar van de Golden Chair, een Frans-Belgisch georiënteerde meubelzaak. Toen ik mijn toenmalige schoonvader voorstelde aan mijn ouders wilden zij helemaal niks van hem weten. Hij was vrijgezel! Een bon vivant! Ik bleef trouw aan Angelique en wij trouwden in de hervormde kerk in Blaricum.

In januari 1967 gingen wij nog even naar Londen als een soort van huwelijksreisje, we wilden de Beatles zien en fotograferen. Maar helaas van hen geen spoor! Op een van de avonden, we waren in het Hyde Park Hotel, het weer was koud en het regende pijpenstelen, bleven we lekker in het Hotel en gingen daar naar de discotheek met een ronde dansvloer en met wijnrode fluwelen stoelen en banken! Van de overkant van de dansvloer benaderd ons een soort palfrenier, zwarte krullenkop, gekleed in een rood jacket met gouden knopen en gouden epauletten op schouderhoogte! Wie is die man die direct naar mijn vrouw loopt en met zachte stem zegt: “Congratulation Madame, can I offer you a drink”. We konden onze ogen niet geloven: Jimmy Hendrix in persona! A very friendly person, totally different as seen in his concerts! Jaren later zag ik in een soort vintage museum het enige schilderijtje wat Jimmy Hendrix ooit geschilderd heeft!

We dachten onze intrek te nemen in mijn studio maar dat viel niet goed bij mijn vader. Zoek maar een huis in Blaricum, maar dat kostte mij 400 gulden per maand wat veel te veel was in verhouding tot de 800 gulden aan inkomsten! Langzaamaan nam mijn vader alles van mij weg de auto (een Ford Taunus), sloot gas en elektriciteit af en er kwam een moment dat mijn schoonvader zei: “Kom naar Amsterdam, hier zien we wel wat we kunnen doen!” Angelique had twee getrouwde zusters in Caracas-Venezuela wonen.

Half juli 1967 verhuisden we naar Amsterdam en namen onze intrek bij mijn schoonvader. Spoedig waren mijn zwagers in Venezuela op de hoogte van de situatie van ons, maar het duurde zeker tot december 1967 totdat we het verlossende telefoontje kregen uit Caracas-Venezuela. Eén van hun relaties had vier fotowinkels met een fotostudio. Op 3 januari reisde ik met de KLM naar Caracas. Ik herinner me dat het 15 graden onder 0 was in Amsterdam en bij aankomst in Caracas 30 graden boven 0, een enorm verschil.

Ik begon te werken bij het eerste Centro Comercial CADA, gebouwd door de Amerikaan Nelson Rockefeller. Ik kon mij verstaanbaar maken met Engels. Drie maanden lang nam ik les in Spaans. Toen een Italiaanse studio assistente me vertelde dat een zekere Antonio Dimola, publiciteit fotograaf, een assistent zocht liet ik alles vallen en ging onmiddellijk naar diens studio. Het resultaat was dat ik daar met hem vier jaar werkte! Een ernstig auto accident, waarbij hij overleed, maakte een einde aan deze fijne tijd. Na wat zoeken vond ik vrij snel een studio met een hoogte van 3 meter, ideaal voor een fotostudio!

Ik heb nooit het contact met Nederland verloren. In januari 1975 nodigde de Nederlandse ambassade in Caracas me uit een fotoreportage te maken van de visite van Prins Bernhard, als voorzitter van de World Wildlife Foundation. Dat waren vijf fantastische dagen, o.a. naar het Nationaal Park Canaima met een bezoek aan de Nederlander bekend als “Jungle Rudy” (Rudy Truffino), ontdekkingsreiziger en avonturier, die een eigen wereld “Campamento Ucaima”, had gecreëerd in een van de grootste natuurparken ter wereld. Nu beheren de kinderen van Rudy Truffino dit “campamento”, een bekend, kleinschalig en rustiek ecolodge.

Nadat ik in Caracas dertig jaren werkzaam was, kreeg ik opnieuw een uitnodiging van de Ne-derlandse ambassade: Omroep MAX zocht Nederlanders over de hele wereld (240 ambassades werden uitgenodigd) en uiteindelijk waren het 8 Nederlanders waarmee het programma “Als De Dag Van Gisteren” werd gemaakt! De Surinaamse/Nederlandse journaliste Nina Jurna maakte de opnames in de studio in Caracas en Martina van Os voor Omroep Max in Nederland (ik zat in aflevering no.4). Ik was hiervoor 4 dagen in Nederland en bezocht in Blaricum de voor mij bekende plekjes en familie en kwam ik ook Lida weer tegen. Dit was tijdens de feestweek van Blaricum. Augustus 1997. Frans Ruijter hield nog een praatje.

Omstreeks 2000 vroeg de secretaresse Dominique Wienk van de Hollandse Vereniging in Caracas of ik voor Sinterklaas wilde optreden voor de Nederlandse kinderen hier in Caracas. Dat heb ik twaalf jaren met reuze veel plezier gedaan! De bekende Nederlandse zanger Paul Morris was toen een van die kinderen die meedeed! Hij vertrok naar Nederland om zich verder te ontwikkelen als zanger en verwierf bekendheid door als finalist in DanceSing (2019) te eindigen en door deelname aan Op Zoek Naar Danny & Sandy (2023).

In mei 2018 verhuisde ik naar Chicago.’

In Chicago bezoekt Egon concerten, fietst hij, maakt hij foto’s voor onder meer Instagram, en heeft hij zijn ervaringen als fotograaf in het Spaans opgeschreven. Egon houdt Blaricum nauwlettend in de gaten door middel van de social media.

Egon bedankt, dat je jouw ervaringen als geëmigreerde Blaricummer met ons wilde delen.

Boeken om te lezen
– Die van ons geschreven door Willy Corsari
– Jungle Rudy geschreven door Jan Brokken