Marja en Joop Koch met teckel Frits

door Loes Post-Janmaat
‘Je ziet ze zo voor je,’ vertelt onze dorpsgenoot Joop Koch. ‘Het was 1932. Mijn vader en moeder samen op de tandem, een koffer met de camera achterop. Ze fietsten vanuit Hollandse Rading naar Brabant en Limburg, waar de katholieke gezinnen groot waren en de klassen vol. In die tijd maakten ze alleen groepsfoto’s. Na de Tweede Wereldoorlog maakten ze, in navolging van de Deense schoolfotografie, naast de klassenfoto’s ook portretten,’ vertelt de onlangs 90-jaar oud geworden Joop. ‘Dat was een succes en daar zijn we groot mee geworden.’

‘Omdat mijn vader weigerde bij de bezetter te werken, waar hij als fotograaf zo aan de slag kon, richtte hij met twee maten een cabaretgezelschap op: De Vrolijke Jantjes,’ vertelt Joop. ‘Hij kon goed pianospelen en ze waren elke avond uitverkocht. Zo verdiende hij geld én kon hij sparen, zodat hij na de oorlog zijn fotobedrijf weer kon oppakken.’ Maar helaas was dat van korte duur. Zijn vader overleed op zevenenveertigjarige leeftijd en Joop nam het bedrijf over. ‘Ik was achttien,’ vertelt hij, ‘en had net drie maanden geneeskunde gestudeerd. Daarnaast deed ik een opleiding technische fotografie bij de Amsterdamse fotograaf Jan Schiet. Maar toen mijn vader overleed, zette ik het bedrijf, samen met mijn moeder, voort.’

Volle dagen en kleuren met crêpepapier
De dagen begonnen vroeg. Joop stond om half zes op, haalde de vier fotografen die ze in dienst hadden op en zette ze af bij de scholen. Zelf fotografeerde hij dan op een kleinere school en regelde ondertussen de contacten. ‘s Morgens kwamen per fotograaf zo’n vierhonderd kinderen voor de lens. ‘In de middag, als de zon scheen, maakten we de groepsfoto’s.’ vertelt Joop. ‘Thuis wachtte het eten bij moeder, daarna de donkere kamer in. Films ontwikkelen, afdrukken maken, alles boven in de slaapkamers sorteren. Het was hard werken, maar daar ga je niet dood van,’ zegt hij nuchter, ‘anders word je geen 90. In de jaren 50 hadden we zo’n 25 meisjes in dienst die de foto’s met de hand inkleurden. Kleurenfotografie bestond nog niet. Bij toeval ontdekten we dat crêpepapier goed werkte: uitkoken, indampen en uitsmeren op melkglas. Tijdens het fotograferen noteerden we welke kleur een jurkje of truitje had, zodat het later netjes kon worden ingekleurd. Pas tien jaar later kwam de echte kleurenfoto.’

Samen met Marja
‘Mijn vrouw Marja kwam ook bij het bedrijf,’ vervolgt Joop. ‘Ze zeggen wel eens dat je als echtgenoten niet 24 uur per dag bij elkaar op de lip kunt zitten, maar dat ging prima. Ik deed de buitendienst, zij de binnendienst.’ De boekhouding deed Marja eerst samen met haar schoonmoeder; ‘de liefste die er was.’

Kinderen voor de camera
Joop kijkt glimlachend terug. ‘Zo zijn generaties schoolkinderen vastgelegd. Ooit door mijn ouders begonnen op de tandem, later met auto’s en moderne apparatuur. Ik heb het bedrijf verkocht toen ik 60 was, maar Foto Koch leeft nog altijd voort – en dat maakt me trots.’