Herman Heijenbrock – De glasjongen

door Nelliëtte van Wijck
Wij wonen in de Schildersbuurt van de Blaricummermeent, aan het Laantje van Heijenbrock. Het leek me daarom leuk om ook een werk van Heijenbrock in huis te hebben. Zo begon een zoektocht die enkele jaren zou duren.

Regelmatig struinde ik veilingsites af. Op een dag werd er een krijtpastel aangeboden van een boerin bij een slootje. Het werk raakte me eerlijk gezegd niet echt, maar omdat het een Heijenbrock was, bracht ik toch een bod uit van 680 euro. Daarmee maakte ik direct een beginnersfout. Ik hield de veiling niet goed in de gaten en miste de eindtijd. Toen ik weer keek, bleek ik overboden. Weg Heijenbrock.

Overboden door een galerie
Dit jaar kreeg ik een nieuwe kans. Er verscheen opnieuw een werk van hem op een veiling: Overleg in de fabriek, een groter krijtpastel, al ingelijst. Dit keer wilde ik het slimmer aanpakken. Ik bekeek eerdere veilingresultaten en zag dat vergelijkbare werken meestal tussen de 400 en 1200 euro opbrachten. Met een autobod van 2000 euro dacht ik dus veilig te zitten. Voor het slapengaan keek ik nog even op de site. Tot mijn verbazing stond het bod inmiddels op 2100 euro. Een andere bieder had precies doorgeboden tot boven mijn limiet. Geïrriteerd verhoogde ik mijn autobod impulsief met nog eens duizend euro. De volgende ochtend stond het bod alweer op 3100 euro. Nieuwsgierig zocht ik uit wie mijn concurrent was: een galerie die meerdere werken van Heijenbrock bezat en actief stukken opkocht.

Iets dat niet truttig is
Intussen begon ik me af te vragen waarom ik eigenlijk zo graag dit werk wilde hebben. Vond ik het echt mooi? Een kunstspecialist adviseerde me alleen door te gaan als ik het echt mooi vond. Mijn nicht Marja stelde vervolgens dezelfde vraag. ‘Eigenlijk niet,’ moest ik toegeven. ‘Waar zoek je dan naar?’ ‘Iets dat niet truttig is.’ Ze adviseerde me eens naar Aat Veldhoen te kijken. Op dezelfde veilingsite vond ik een litho van Aat, zijn vrouw Kabul en hun kleine Kabulaatje. Ik bracht een bescheiden bod uit en tot mijn verrassing had ik opeens geen Heijenbrock maar wel een Aat Veldhoen, die volgens mijn man en zonen beslist niet beneden mag hangen… Dit verhaal vertelde ik aan een cliënt. Terwijl ik haar behandelde, ik ben pedicure, zocht zij online mee. En jawel: er was een Heijenbrock te koop. De glasjongen, een klein olieverfschilderijtje van een jongen met een sigaretje in zijn mond. Ik belde direct, reed die zaterdag naar Haarlem en kocht het.

Na jaren zoeken hebben we eindelijk onze eigen Heijenbrock.

En het is niet truttig.

Het Laantje van Heijenbrock in de Blaricummermeent behoort tot een reeks straten die zijn vernoemd naar schilders die in Blaricum hebben gewoond en gewerkt. Herman Heijenbrock (1871–1948) bracht er een groot deel van zijn leven door. In zijn schilderijen stond vooral de moderne wereld van industrie, techniek en arbeid centraal.