door Frans Ruijter
Ons dorp ligt op een uitloper van de Utrechtse Heuvelrug en kent daardoor enkele ‘bergen’ binnen de dorpsgrenzen, zoals de Woensberg en de Tafelberg. Van deze laatste ligt alleen het zuidelijke deel in Blaricum; het noordelijke gedeelte behoort tot Huizen en vormt het hoogste punt van ’t Gooi. Aan het einde van de Eerste en Tweede Molenweg in ons dorp, vlak vóór de Schapendrift, ligt de Molenberg. Maar waar komt deze naam vandaan?
Al in de zeventiende eeuw stond op deze plek een molen, een zogenoemde standaardmolen. In Blaricum sprak men liever van een ‘pinmolen’, omdat hij op één grote houten paal was gebouwd. Deze molen werd in 1873 gesloopt. Volgens de overlevering werden de stofwolken die daarbij vrijkwamen door een stevige westenwind zelfs tot in Eemnes meegevoerd.
Een tweedehandsje
Op dezelfde plaats verrees daarna opnieuw een molen, ditmaal een tweedehands exemplaar uit Baarn, afkomstig uit het buurschap Santvoort. Daar stond hij aan de Jacob van Lenneplaan, tussen de nummers 43 en 45, en stond hij bekend als de Santvoortsche molen. Door gezondheidsproblemen van de eigenaar en het ontbreken van een opvolger werd de molen verkocht. De zeskantige, rietgedekte grondzeiler werd gedemonteerd, naar Blaricum vervoerd en daar opnieuw opgebouwd. Tot 1921 bleef hij in bedrijf, met Willem Puijk als laatste molenaar.
Reddingspogingen
In 1923 kochten de gezusters De Virieu Fürstner de molen voor 4500 gulden, met het plan hem tot woning om te bouwen. Hoewel zij al met sloopwerkzaamheden waren begonnen, wees de gemeente hun verzoek tot verbouwing alsnog af. Onder leiding van de pasbenoemde burgemeester Klaarenbeek probeerde de gemeente vervolgens de molen aan te kopen, samen met de in datzelfde jaar opgerichte Vereniging De Hollandsche Molen, om het bouwwerk te behouden en nieuw leven in te blazen. De gemeenteraad verwierp dit plan echter. In 1925 volgde nog een laatste poging om de sloop te voorkomen. Met steun van de Vereniging De Hollandsche Molen en de vereniging Blaricums Belang werd een inzamelingsactie onder de bevolking georganiseerd. Het benodigde bedrag werd echter niet gehaald, waardoor sloop onvermijdelijk bleek.
Van molen naar woonhuis
In 1928 werd de molen uiteindelijk afgebroken door aannemer Gerard Jacobs. Op deze fraaie locatie bouwde hij vervolgens een woning voor zichzelf, die nog altijd bestaat als Tweede Molenweg 49 op de Molenberg. In 1935 verkocht Jacobs het huis aan Henk en Lies Vos-Wolken. Henk was een zoon van de weduwe B. Vos, dat jarenlang zichtbaar bleef op het bord aan de gevel met de tekst ‘Bestelkantoor van Wed. B. Vos’. De familie woonde er ruim 65 jaar. Tegenwoordig wordt het huis bewoond door keramist Marlen van Dop en haar man Paul Trip.
Recente reacties